Moreel leiderschap in de RvT begint waar het eenvoudige antwoord ophoudt

frank de haanToezichthouders krijgen regelmatig te maken met lastige vraagstukken waarop geen eenvoudig antwoord bestaat. Wat weegt zwaarder als waarden met elkaar botsen? En hoe voorkom je dat een gesprek daarover verzandt in standpunten? Frank de Haan houdt zich al dertig jaar bezig met ethische vraagstukken. Zijn belangrijkste advies aan toezichthouders: “Train je morele spier.”

Mag een ziekenhuis patiënten uit de eigen regio voorrang geven als de druk op de zorg te groot wordt? Op het eerste gezicht lijkt dat misschien een beleidsvraagstuk. Of een juridisch vraagstuk, maar daaronder gaat een andere laag schuil. Is het rechtvaardig om onderscheid te maken op basis van iemands woonplaats? Welke verantwoordelijkheid heb je tegenover patiënten uit je eigen regio, en tegenover patiënten van verder weg?

Wat is nu écht het probleem? 

Het is een voorbeeld dat Frank de Haan aanhaalt tijdens een goed bezocht webinar in onze academie. Frank is van oorsprong fysiotherapeut en jurist. Daarnaast is hij al zo’n dertig jaar betrokken bij de commissie ethiek van het Amphia ziekenhuis. Als gespreksleider begeleidt hij er morele beraden. Het voorbeeld van het postcodebeleid laat volgens hem zien waarom het zinvol is om een besluit niet alleen praktisch of juridisch te bekijken. 

Door verschillende perspectieven en waarden in kaart te brengen, kan blijken dat achter de oorspronkelijke vraag een heel ander probleem schuilgaat. Misschien moet je niet beginnen bij de vraag wie laten we wel of niet toe?, maar bij de vraag hoe je processen anders kunt organiseren om de druk te verminderen. 

Bijna ieder besluit gaat over waarden

Daar begint moreel leiderschap: herkennen dát er iets te onderzoeken valt. Dat klinkt eenvoudiger dan het is. “Mensen beseffen vaak niet hoe bijna alle beslissingen die je dagelijks neemt, gedragen worden door waarden die erachter liggen”, legt Frank uit. Ook in de RvT spelen die waarden voortdurend een rol. Denk aan besluiten over personeel, toegankelijkheid, digitalisering, duurzaamheid of financiële keuzes. 

Efficiëntie kan botsen met kwaliteit, privacy met innovatie, gelijke behandeling met maatwerk en continuïteit met goed werkgeverschap. De eerste stap is daarom niet direct zoeken naar een oplossing, maar blootleggen wat er werkelijk op het spel staat.

Geen discussie, maar een gesprek

Bij Amphia gebeurt dat aan de hand van een praktisch stappenplan. Voordat het gesprek begint, moeten de feiten zo helder mogelijk zijn. Anders ontstaat al snel discussie over wat er precies gebeurd is. Terwijl een moreel beraad volgens Frank nadrukkelijk iets anders is. Het is een gesprek waarin deelnemers vanuit gelijkwaardigheid, veiligheid en vertrouwen verschillende perspectieven onderzoeken. 

De centrale vraag wordt zo concreet mogelijk gemaakt: mag ik in deze situatie…?
Vervolgens brengen deelnemers de betrokkenen in kaart. Wie raakt dit besluit? Hoe kijkt ieder van hen naar de situatie? Welke waarden spelen daarbij een rol? Daarna komt de spanning in beeld. Welke waarden botsen? Welke waarde zou in deze situatie het zwaarst moeten wegen? Welke normen zijn relevant? Dat kunnen wetten zijn, maar ook richtlijnen, protocollen of afspraken binnen de organisatie. 

Pas daarna komen de mogelijke handelingsalternatieven op tafel. Die volgorde is belangrijk. Wie te snel naar oplossingen gaat, loopt het risico een keuze te maken zonder eerst scherp te hebben waarom die keuze passend is.

De minst slechte oplossing

Voor ervaren toezichthouders zit misschien juist daar de uitdaging. Ervaring zorgt ervoor dat je patronen sneller herkent. Je weet welke regels gelden, hebt eerdere situaties meegemaakt en kunt sneller vooruitdenken. Precies die ervaring kan ook zorgen dat een vertrouwde oplossing zich snel aandient. 

Een moreel beraad dwingt je om langer bij het dilemma te blijven, want bij ingewikkelde vraagstukken bestaat volgens Frank lang niet altijd een ideale uitkomst. “Je hebt nooit de beste oplossing, maar bijna altijd de minst slechte oplossing.” Dat betekent niet dat alles relatief wordt. Juist door waarden expliciet te maken, kun je beter onderbouwen waarom de ene waarde in een bepaalde situatie zwaarder weegt dan de andere.

Ook wet- en regelgeving ontslaat een toezichthouder niet van die afweging. Frank noemt het recht ‘gestolde ethiek’: regels zijn voor een belangrijk deel een vastlegging van hoe we vinden dat mensen zich behoren te gedragen. Maar ook regels moeten in concrete omstandigheden worden geïnterpreteerd. Een actuele vraag kan bijvoorbeeld zijn of je persoonsgegevens mag gebruiken om processen efficiënter te maken of om een AI-toepassing te trainen. De AVG vormt dan een belangrijk kader. Daarachter spelen waarden als privacy, kwaliteit en innovatie. De kunst is om ook die zichtbaar te maken. 

Wat vraagt dit van de RvT?

Een RvT hoeft daarvoor niet op de stoel van het bestuur te gaan zitten. Frank ziet juist een andere rol: weten voor welke waarden de organisatie staat en vanuit die waarden vragen stellen. Zijn advies? “Kijk naar de belangrijkste waarden van de organisatie en toets of besluiten en gedrag daarmee in lijn zijn. De RvT kan voorstellen om bij complexe onderwerpen eens een moreel beraad te voeren.”

Daarvoor hoef je niet alle operationele details te kennen. “Heb vertrouwen in je mensen”, zegt Frank. “Maar dat vertrouwen moeten ze natuurlijk wel waarmaken. Stel daar open vragen bij, gebaseerd op de waarde die je het belangrijkste vindt.” Misschien is dat wel de kern van moreel leiderschap in toezicht. Niet degene zijn die onmiddellijk het antwoord heeft, maar die ervoor zorgt dat de wezenlijke vraag op tafel komt.

Welke waarde staat hier onder druk? Vanuit welk perspectief kijken we? Wie ontbreekt er in onze afweging? En past wat we besluiten, werkelijk bij waar deze organisatie voor staat? Moreel leiderschap is daarmee geen eenmalige methode die je inzet zodra zich een groot dilemma aandient. Het vraagt oefening. Frank noemt dat het trainen van je ‘morele spier’.

Tijdens de verdiepingsmodule Moreel leiderschap in de RvT ga je aan de hand van concrete casuïstiek oefenen met ethische gesprekstechnieken, het expliciet maken van waarden en toezicht te houden op organisatiewaarden. Ook te volgen als e-learning (zelfstudie). Schrijf je in of neem bij vragen contact op met Caroline Wijntjes. 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *