Visie toekomstgericht toezicht waardecreatie: van afval tot grondstof

 

Vroeger was afval vooral een logistiek probleem van gemeenten. Het moest zo efficiënt mogelijk opgehaald worden bij de huishoudens. Steeds meer wordt afval echter gezien als een verzameling van belangrijke grondstoffen, en dus als iets om duurzaam mee om te gaan. Bij gemeenten verschuift afval daarmee naar een actiever beleidsterrein. Dit vraagt om verandering bij de afvalbedrijven én bij hun toezichthouders.

Marjolein Baghuis*, o.a. docent bij De Erkende Toezichthouder (module Toezicht op maatschappelijke impact) interviewde daarover Marike Bezema, commissaris bij Twente Milieu en Jan Paul Schaaij*, commissaris bij Meerlanden. In het artikel delen zij hun visie op de rol van toezichthouders in de lange termijn waardecreatie door de afvalsector.

Verbinding van belangen
“Afvalverwerking was voorheen vooral gericht op de logistiek en efficiëntie, niet echt een sexy portefeuille voor een wethouder,” vertelt Jean-Paul Schaaij. “Met de koppeling aan onderwerpen als duurzaamheid, werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en betrekken van burgers bij de circulaire economie, wordt dit nu wel een gewilde portefeuille.

Als Meerlanden spelen we daarop in. Toch is dat niet altijd makkelijk, want de meeste afvalverwerkers dienen meerdere gemeenten, met verschillende ambitieniveaus. Zelfs binnen een gemeente kunnen er heel andere mensen werken op afval dan op duurzaamheid. Die moet je als afvalverwerker allemaal met elkaar verbinden.”

Meetlat
“Een reactieve rol als commissaris past niet meer in deze tijd,” zegt Marike Bezema. “Omdat je elkaar niet vaak ziet, word je als Raad van Commissarissen niet automatisch een hecht team, maar sta je wel samen voor het organisatiebelang. Dat dwingt je als RvC om elkaar beter te leren kennen en om samen te bepalen wat goed toezicht is. Waar ligt de grens tussen bestuur en toezicht? Wanneer moet je aanhalen, wanneer juist loslaten?” Jean-Paul Schaaij vult aan: “Je moet een gemeenschappelijk toezichtkader hebben. Dat gebruik je als meetlat om je eigen werk onder de loep te leggen én om je focus te bepalen voor het komende jaar.”

Tijd voor de toekomst
Marike Bezema: “Afgelopen jaar hadden we een tweedaagse bijeenkomst van de RvC van Twente Milieu. We bekeken de toekomstscenario’s van brancheorganisatie NVRD. Wat betekenen deze voor Twente Milieu en voor de overheid? Je hebt zo’n langere sessie echt nodig om na te denken over de toekomst, om los te komen van hoe het nu is.”

Jean-Paul Schaaij: “Het is moeilijk te voorspellen waar de afvalbranche over vijftien jaar staat. Het draait steeds meer om de vraag wat we in de toekomst nodig hebben om waardevolle grondstoffen te splitsen voor hergebruik. Voor de circulaire economie moeten we niet alleen beter en efficiënter inzamelen, het vereist ook opvoeding van de burger.

Hiervoor moeten we op een heel ander manier samenwerken met gemeenten en andere partijen. Ook moeten we naar de toekomstbestendigheid van ons eigen businessmodel kijken, want als we het goed doen komt er steeds minder afval. Zo is Meerlanden ondertussen ook een energiebedrijf geworden.”

Toetsen van ambities
“Lange termijn waardecreatie en duurzaam ondernemen mogen niet alleen een mooi verhaal zijn. Het is belangrijk om daarop toezicht te houden,” zegt Jean-Paul van Schaaij. “Dit doen we door de doelstellingen aan te laten sluiten bij de strategie. Het is best een uitdaging om dat tastbaar te maken en te verwerken in heldere KPI’s (Key performance indicators/kritieke prestatie-indicatoren). Toch moet je concreet maken wat je als organisatie wil bereiken – en dat ook meetbaar maken.”

“Dan blijkt ook dat je niet alles  KPI’s kunt vangen”, stelt Marike Bezema. “Je moet ook de ‘waarom’-vraag blijven stellen. Het is te makkelijk om alleen op het ‘hoe’ en de ‘wat’ te blijven hangen. Ook is het van belang om na te denken over de optimale schaal. Hoe verhouden duurzame, circulaire businessmodellen zich tot de schaal die je hebt? Moet je fuseren of juist samenwerken om die optimale schaal te bereiken? Dat zijn goede onderwerpen om te agenderen in het overleg tussen de RvC en de bestuurder.” 

Ook aan de slag met duurzaamheid, maatschappelijke impact en lange termijn waardecreatie in je rol als toezichthouder/commissaris?

Schrijf je dan in voor de verdiepingsmodule Toezicht op maatschappelijke impact. De eerstvolgende datum is 16 september. Eerst meer erover lezen? Bestel dan het praktische e-book.

Marike Bezema is senior adviseur bij BMC groep. Zij houdt ervan een maatschappelijke rol te vermengen met haar eigen ervaringen en krachten. Als toezichthouder leert zij op een andere manier naar organisaties te kijken en pakt zij bewust een andere rol. Naast haar commissariaat bij Twente Milieu is zij tevens voorzitter van de Raad van Toezicht van Vluchtelingenwerk Oost-Nederland.

Jean-Paul Schaaij is Directeur van het Nationaal Groenfonds en voorzitter van het bestuur van Fondsenbeheer Nederland. Hij noemt zichzelf een governance junkie: hij ervaart zijn toezichthoudende rollen als verrijkend. Naast zijn rol als commissaris bij Meerlanden is hij ook voorzitter van de Raad van Toezicht van Stichting Kinderopvang Haarlemmermeer en lid van de Raad van Toezicht van het Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV).

*Marjolein Baghuis is docent van de module Toezicht op maatschappelijke impact en ondersteunt bedrijven en organisaties met hun duurzaamheidsstrategie en –communicatie. Zij is voorzitter van de Bibliotheek Amstelland en van de Kring Duurzaamheid bij alumnivereniging Nyenrode.

 

 

 

 

Categorieën nieuwsbrief.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *